DE
FR
NL
Vragen? Bel ons op +32 53 41 70 13 
Verdeeld door SB Solutions
Hoeveel packs van 10 DRYrods heb ik nodig?
  • Bepaal eerst de lengte en muurdikte van de te injecteren muren

  • Bepaal het benodigde aantal verpakkingen aan de hand van de verbruikstabel hieronder.
    Hou ook rekening met de vertikale vochtbarrières die u wil aanbrengen. 

diagnose

Vochtproblemen zijn complex en hebben vaak verschillende oorzaken. Een correcte diagnose van de bouwfysische toestand is dus noodzakelijk voor de aanvang van renovatie- of verbouwingswerken. Om vóór de aanvang van de DRYROD behandeling alle andere oorzaken dan het capillair optrekken van vocht in de muren te elimineren,  controleert U best volgende punten:

  • Mogelijke vochtinfiltraties van buitenaf.

  • Overbrugging van een bestaande waterkerende laag door het stucwerk: verwijder al de pleister onder deze laag.

  • Vuilophoping en vochtbruggen in spouwmuren.

  • Het peil van aanaarding, terrassen en paden tegen het gebouw.

  • Eventuele lekken in leidingen of rioleringen.

voorbereiding en boorgaten

Verwijder plinten en lambriseringen . Verwijder gipspleisters ter hoogte van de injectie
Dit is essentieel want gipspleisters kunnen niet waterafstotend gemaakt worden! Verwijder ook alle aangetaste gipspleister tot +/- 50 cm boven de waarneembare vocht- en zoutschade. Op deze vrijgemaakte strook brengt U na het aanbrengen van de Dryrods een REPLA afwerksysteem aan om schade aan het nieuw stucwerk en decoratieve materialen te vermijden. 

Bepaal de ligging van leidingen, kabels en afvoeren in de muren. Gebruik hiervoor desnoods een leidingdetector. 

Meet de dikte van de te behandelen muur. Stel de boordiepte in op de afstandhouder van de boormachine of plak een stuk tape rond de boor op de gewenste boordiepte. De diepte van de boorgaten varieert volgens de muurdikte.

Boor horizontaal gaten met diameter 12mm in de voeg, met een tussenafstand van 12 cm. Bij heel poreuze materialen zoals gasbeton (cellenbeton) of zandsteen raden wij aan de afstand tussen boorgaten te beperken tot 8 cm. Bepaal het niveau van de boorgaten in functie van de pas langs beide kanten van de muur. Injecteer zo mogelijk op plinthoogte. 
Bij pasverschil boort u de gaten boven de hoogste pas. De zone onder de injectielaag vertoont immers zijdelings infiltrerend vocht. Deze zone zal worden afgedicht door de plaatsing ven een Repla systeem tegen de muur. Injecteer buitenmuren altijd boven de pas van het maaiveld. (grondniveau).

Opm: Wanneer zich in de te behandelen muur een oude horizontale waterkerende laag bevindt (bv. in bitumen of teerpapier), verwijder dan alle pleisterwerk onder deze laag en boor de gaten onder de oude waterkerende laag. Boor een gat in elke vertikale voeg, en tussenin ook in de baksteen zodat de onderlinge afstand tussen de boorgaten niet meer dan 10 à 12 cm bedraagt.

  • Spouwmuren: binnenspouwblad boren. Het parement of buitenspouwblad hoeft in principe niet behandeld te worden.

  • Natuursteenmuren en muren met puinvulling: boor in de mortel. Probeer de gekozen hoogte zo goed mogelijk aan te houden. Wanneer de steen poreus is, zoals bijvoorbeeld zandsteen, kan ook in de steen zelf geboord worden.

  • Muren in tralieblokken, snelbouwsteen, betonsteen, kalkzandsteen, cellenbeton: boor in een horizontale voeg. Muren in gelijmde cellenbeton:  boor in de blokken zelf, met een tussenafstand van maximum 8 cm.

  • Wanneer niet in de mortel kan worden geboord, mag in de steen geboord worden, én in elke vertikale voeg.

Muurdikte cm
9
10
19
21
29
32
39
43
Boordiepte cm
7
8
17
19
27
29
36
40

In de hoeken dient de volledige muurdoorsnede behandeld te worden. Hierboven zijn enkele boorpatronen weergegeven om de hoeken op de juiste manier in te boren. 

Wanneer U een deel van een muur niet behandelt, voorzie dan een vertikale barrière tussen het behandelde en niet-behandelde deel, door het boren van een verticale reeks boorgaten in elke voeg tot op +/- 50 cm boven de zichtbare vochtschade. 

inbrengen van dryrods

Trek nitrilhandschoenen aan om de staven één voor één uit de verpakking te halen en stop in elk boorgat een staaf. Duw de Dryrods tot ongeveer 5 mm voorbij het muuroppervlak zonder het induwen te forceren.  Het aanbrengen van Dryrods gebeurt bij voorkeur langs de binnenkant van het gebouw. De boorgaten worden afgedicht met mortel, of met REPLA bij het afwerken van de muur.

knippen en combineren van dryrods

Voor muren dunner dan 220 mm, Dryrod met een slangcutter of met de Dryrod-cutter doorknippen op een lengte die 10 mm korter is dan de diepte van het boorgat. Voor muren dikker dan 220 mm, een tweede staaf doorknippen op een lengte die 10 mm korter is dan het boorgat min 180 mm.